Volledige stamboom volgt
Het geslacht Kamerling te Breda
1666-1828
Inleiding: In verband met de tentoonstelling “Woord en Beeld” in de Grote Kerk te Breda, te bezichtigen van 15 januari-18 april 2010, is o.a. een familiegrafzerk uit 1705 en een vitrine met Kamerling objecten te zien.
De stamreeks Van Buckhorst genaamd Kamerling vanaf 1092-, met de Nijmeegse tak 1410-1635 werd gepubliceerd in De Nederlandsche Leeuw 119 (2002), kolom 435-462.
De hierna volgende generaties Kamerling te Breda beslaan het tijdperk gedurende de Tachtig jarige oorlog tot aan het begin van het Koninkrijk der Nederlanden 1814, waarin zij vier generaties in de regering van de stad Breda zaten tussen 1680-1793, met de tak Breda tot 1828.
De verdere uitwerking vanaf 1717 is te vinden in het Nederland’s Patriciaat 46 (1960), blz. 150-169 met een aanvulling in Ibidem 51 (1965), blz. 362, 363.
Breda
XV. Hendrick Kamerling(h), ged. Bergen op Zoom 27 jan. 1645 (doopgetuigen: Herman Coenraets, Hendrick Camerlinck, Anna Steenwijck en Anna Camerling) zn. van Cornelis Camerlinck, koopman in zijdenlakenen, afkomstig van Arnhem poorter van Bergen op Zoom 1 april 1644, deken van het kleer- en kousenmakersgilde 1646, 1655 en gezworene ald. 1647, 1656, grond- en hofstede eigenaar te Halsteren 1656-† en te Zuidgeest (Tholen) 1661, en Petronella Coenraets; hij trad als notaris-getuige op als ingezetene te Breda 1666, apotheker, afkomstig van Bergen op Zoom poorter van Breda 11 april 1672, huis-, erf- en hofeigenaar door koop van "De Vijsel" aan de Ridderstraat nr. 9 ald. (huur 1668-) 1677-, belijdenis tussen 1672-1676, tienraad 1680-1682, 1686-1687, schepen van de stad Breda 1687-1689, 1700-†, weesmeester 1689-1699, kerkmeester van de Grote Kerk 1689-1692, 1700-†, diaken 1676-1679 en ouderling Waalse gem. 1706-1707, regent Gasthuis 1687-1690, Stads Hospitaal 1688-1695, 1706-1707, Armkinderhuis 1691-1693, 1706-1707, Weeshuis 1700-1704 en Militair Hospitaal 1708, 1710, aalmoezenier 1683, 1685, diaken 1681-1685 en ouderling Grote Kerk 1697, 1698, mede schenker van de 5e grote luidklok van die kerk versierd met zijn naam en wapen 1704, testeerde mutueel samen 10 dec. 1669 te Breda voor notaris P. van Heusden, testeerde 31 jan. 1713 ald. voor notaris C. van Eijll, † Breda 18 maart 1713, begr. 22 in het familiegraf Grote Kerk Ao 1705, ondertr. Breda 9 maart, tr. 's-Gravenhage Hoogduitse kerk 24 maart 1669 Geertruydt Haeckx, ged. 's-Gravenhage Klooster kerk 24 maart 1641, lidmaat Breda tussen 1671-1672, regentes van het Gasthuis 1687-1690, Armkinderhuis 1691-1693 en Weeshuis 1700-1704 te Breda, testeerde ald. 10 febr. en 7 aug. 1714 voor notaris C. van Eyll, † Breda 18 sept. 1714, begr. 22 Gr.k. dr. van Johan, koopman in lakenen, kapitein schutterij en Aryaentge van Dijck.
Uit dit huwelijk o.a.:
XVI. Cornelis Kamerling(h), ged. Breda Gr.k. 22 jan. 1670, belijdenis Pasen 1690, apotheker in De Vijsel, vaandrig der Burgerij 1704, rentmeester van de Grote Kerk 1713-†, aalmoezenier 1713,1716, huiseigenaar van "De Vijsel" Ridderstraat nr. 9 1714-†, ouderling 1715-1716 en diaken van de Waalse gem. 1725, tienraad van de stad Breda 1724-†, regent Armkinderhuis 1724-†, schonk een carillon klok versierd met zijn naam en wapen aan de Grote Kerk ald. 1724, testeerde mutueel ald. 14 sept. 1717 voor notaris B. de Beunje, † Breda 5 febr. 1725, begr. Gr.k. 9, tr. Breda Gr.k. 3 febr. 1716 Maria Huygens, ged. Breda Gr.k. 1 mei 1680, belijdenis 8 april 1700, huis-, stal- en hofeig. “Het Haverloopen” en twee achterwoningen z.z. Boschstraat 1716, regentes Armkinderhuis te Breda 1724-1725, † Etten 25 mei 1764, begr. ald. (door de schepenen van Etten gedragen), dr. van Jacob, bakker en burger van de stad Breda, en Jenneke Adriaense van de Corput en wed. van Huybert Scheevers; zij hertr. Breda Gr.k. 29 okt. 1730 Cornelis de Vroom.
Door de grootmoeder van Maria Huygens, Barbara Geerits Pauwels van Slangwijck (uit het geslacht van den Brandeler), vrouw van Hugo Jacobs Huygens, waren haar protestantse nakomelingen na de verovering van de stad Breda door Prins Frederik Hendrik in 1637 gerechtigd in de inkomsten der drie beneficiën gesticht in 1426 door Wytman van der Beke, in 1491 door Roeland de Mera (van Meer) en in 1519 door Servaas de Mera te Breda in de O.L.Vr- of Grote k. en de Begijnhof k., later genoemd beneficie Kamerling.
Uit dit huwelijk o.a.:
1. Henricus, volgt XVIIa.
2. Johannes, volgt XVIIb.
A
XVIIa. Henricus Kamerling, geb. Breda 2 mei 1717, ged. Gr.k. 2, belijdenis ald. 27 dec. 1770, procureur heerlijkheidGinneken 1737-, secretaris heerlijkheid Dongen 1739-, ontvanger heerlijkheid Alphen 1744-, secretaris 1743-1758, notaris en procureur 1755-1771, schepen heerlijkheid Baarle Nassau 1758-1771, ontvanger ald. 1762-1769, poorter van Breda 4 febr. 1771, notaris en procureur 1771-†, stokhouder 1776-†, tienraad van de stad Breda 1779-†, regent Weeshuis 1779-†, secretaris en rentmeester gedesolveerde Weduwenbeurs Sociëteit 1784-, huiseigenaar Ridderstraat 9 ald. 1754-, † Breda 7 maart 1792, begr. Gr.k. 10 maart, ondertr. 26 nov., tr. Breda 14 dec. 1750 Elisabeth Verbey, ged. Breda Gr.k. 15 nov. 1728 (doopgetuige Antonetta Verbey), belijdenis 15 april 1745, regentes Weeshuis ald. 1779-1792, testeerde 1 maart 1803 voor notaris J. van Naerssen, † Terheyden 15 dec. 1806, begr. Breda Gr.k. 18, dr. van Gerhardus, bleker, vaart- of markmeester te Breda, en Catharina Gastelaers (haar moeder Prijna van Bergen geb. Burghgraeff (1660-1734) was afstammelinge van Adriaen Burghgrave, één der verrassers van Breda in 1590).
Uit dit huwelijk o.a.:
XVIIIa. Geertruida Kamerling, geb. Baarle-Nassau 30 aug. 1758, ged. 3, belijdenis Breda 21 juni 1775, huiseig. Ridderstraat 9 ald. 1803-, † 's-Gravenhage 27 aug. 1845, ondertr. Breda 4 okt., tr. Princenhage 23 okt. 1783 Hugo Cantzlaar Jz., geb. Rotterdam 11 sept. 1757, poorter van Breda 14 april 1783, belijdenis 22 maart 1777, procureur 1783-, schepen van de stad Breda 1793, 1794, koopman 1799-, eigenaar huis het Raven in de Halstraaat o.z. nr. 80 ald. 1780-, , fiscaal van Essequibo 1795-, practizijn te Demerary 1800-, huiseigenaar in de Doelenstraat te Etten 1800-, † 's-Gravenhage 8 juni 1828, zn. van Johannes, koopman in wijn te Rotterdam, en Magdalena Groenevelt.
B
XVIIb. Johannes Kamerling, geb. Breda 27 maart 1721, ged. Gr.k. 28, belijdenis 23 dec. 1740, bierbrouwer 1746-†, tienraad van de stad Breda 1752-†, kerk- en rentmeester Markendaalse Kerk 1752-†, ouderling 1757-1762, wijkmeester, kapitein burger compagnie en kuiper 1752-1770, regent Stadshospitaal 1760-1762, Oude Mannenhuis 1760-1768, Armkinderhuis 1762-1771, keurmeester van het vlees, rundvee, kalveren en schapen 1766-†, vaart of markmeester van Gampel 1772-†, huiseigenaar Haagdijk z.z. hoek Lange Gampelstraat o.z. 1746-, Lange Brugstraat z.z. ald. 1772-†, testeerden mutueel Breda 19 okt. 1746, testeerde ald. 28 jan. en 18 juni 1779 voor notaris H. Kamerling, † Breda 3 juli 1779, begr. Gr.k. 8, tr. Breda Gr.k. 4 juli 1746 Johanna Maria de Mongé, geb. Breda 20 sept. 1723, ged. Gr.k.22, belijdenis 15/28 maart 1740, regentes Armkinderhuis ald. 1762-1771, † Breda 30 mei 1777, begr. Gr.k. 3 juni, dr. van Charles Glaude, kapitein cavalerie Statendienst, en Petronella de Vroom.
Uit dit huwelijk o.a.:
BB
XVIIIb. Charles Glaude Kamerling, geb. Breda 4 aug. 1749, ged. Gr.k. 7, belijdenis 23 maart 1768, lijkbidder (aanzegger, begrafenisondernemer) 1777-†, koopman 1780-1809, stokhouder 1790-, boekhandelaar 1790- en buitenvoerman 1806-, commissaris buitenvoerlieden-gilde te Breda 1791-1809, ouderling 1785-1789 en diaken 1807-1809, testeerde ald. 23 jan. 1827 voor notaris J. van Naerssen, huis-, hof- en erfeigenaar Nieuwe Haagdijk Wijk B nr. 408, huis B. nr.409, stal, hof en erf B. nr.410 ald. (successiememorie Breda 15 juni 1828), kreeg voor zijn 50e verjaardag een zegenwens, in een knipselprent omranding, geschreven door zijn oudste zoon Johannes Kamerling CGzn. 4 aug. 1799, † Breda 16 nov. 1828, begr. Gr.k. 19 nov., (als laatste in de kerk), tr. 1e Breda Gr.k. 27 maart 1775 Johanna Gijben, ged. Breda Gr.k. 11 dec. 1749, belijdenis 1juli 1767, † ald. 24 maart 1793, begr. Gr.k. 26, dr. van Cornelis en Willemina de Vroom; tr. 2e Breda (stadhuis) 17 sept. 1802 Johanna Cornelia Haefkens, ged. Breda Gr.k. 27 jan. 1752, belijdenis 17 dec. 1767, † ald. 8 febr. 1830, dr. van Marcelis en Anna den Broeder.
Uit het eerste huwelijk o.a.:
XIXb. Charles Glaude Kamerling, (Junior), geb. Breda 11 mei 1780, ged. Gr.k. 14, belijdenis 24 sept. 1801, leerling zilversmid 1796-, koopman 1800-, buitenvoerman 1809- en koetsier 1821-, participant in een post- 1809- en diligancedienst 1823-†, logementhouder aan de Grote markt te Breda 1806-, † ald. 14 febr. 1825, begr. Gr.k. 17 febr. , tr. Breda (stadhuis) 6 dec. 1801 Maria Catharina ten Dyck, ged. Kevelaer (r.k., Rijnprov.) 3 april 1771, † Breda 21 april 1823, begr. Gr.k. 23, dr. van Adam ten Dick en Anna Theresia Martens.
De gegevens zijn ontleend aan een uitgebreide genealogie Kamerling (Van Buckhorst genaamd Kamerling) tussen 1092-heden, opgesteld in 2003, met aanvullingen tot nu toe. Het betreft hier de gegevens over de stad Breda tussen 1666-1979, opgesteld door E.J.C. Kamerling, voorzitter van de Kamerling Stichting te Breda, beheerder van het familiearchief van Buckhorst Kamerling.





